ECLI:NL:RVS:2014:4295

Raad van State

Datum uitspraak
26 november 2014
Publicatiedatum
26 november 2014
Zaaknummer
201404133/1/A4
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • W. Sorgdrager
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2.6 Wabo
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging vernietiging revisievergunning voor akkerbouwbedrijf en vleeskuikenhouderij

Het college van burgemeester en wethouders van Sluis verleende op 17 december 2013 een revisievergunning aan een vergunninghouder voor een akkerbouwbedrijf en vleeskuikenhouderij aan een locatie te een plaats. De appellant stelde beroep in tegen dit besluit, met name gericht op de voorschriften omtrent het gebruik van mobiele ventilatoren in de vleeskuikenstal.

De rechtbank Zeeland-West-Brabant verklaarde het beroep gegrond en vernietigde het besluit voor zover het de voorschriften 7.1.2, sub c en d, en 7.1.4 betrof. De rechtbank stelde een gewijzigd voorschrift en een nieuw voorschrift aan de vergunning. De appellant ging hiertegen in hoger beroep.

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het rapport van M&A Milieuadviesbureau uit 2012 aantoont dat ook bij continu gebruik van de mobiele ventilatoren gedurende dag en avond aan de grenswaarden wordt voldaan. Omdat het niet nodig is om de door appellant gewenste beperking op te nemen voor naleving van de grenswaarden, was het college en de rechtbank redelijk in het niet opnemen van die beperking. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.

Uitspraak

201404133/1/A4.
Datum uitspraak: 26 november 2014
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak op het hoger beroep van:
[appellant], wonend te [woonplaats], gemeente Sluis,
appellant,
tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Zeeland-West-Brabant (hierna: de rechtbank) van 8 april 2014 in zaken nrs. 14/686 en 14/688 in het geding tussen:
[appellant]
en
het college van burgemeester en wethouders van Sluis.
Procesverloop
Bij besluit van 17 december 2013 heeft het college aan [vergunninghouder] een revisievergunning als bedoeld in artikel 2.6 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht verleend voor een akkerbouwbedrijf en vleeskuikenhouderij aan de [locatie] te [plaats].
Bij uitspraak van 8 april 2014 heeft de rechtbank het door [appellant] daartegen ingestelde beroep gegrond verklaard en het besluit van 17 december 2013 vernietigd, voor zover het de voorschriften 7.1.2, sub c en d, en 7.1.4 betreft. De rechtbank heeft een gewijzigd voorschrift 7.1.2, sub c, en een nieuw voorschrift 7.1.4 aan de vergunning verbonden. Deze uitspraak is aangehecht.
Tegen deze uitspraak heeft [appellant] hoger beroep ingesteld.
Het college heeft een verweerschrift ingediend.
De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.
De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 6 november 2014, waar [appellant], vertegenwoordigd door mr. M.J. Smaling, en het college, vertegenwoordigd door A. Pavic, R.D. de Jongh en ing. F.H. Henrichs, zijn verschenen.
Overwegingen
1. [appellant] betoogt dat de rechtbank het in werking zijn van de twee mobiele ventilatoren in de kopgevel van de vleeskuikenstal met het nieuwe voorschrift 7.1.4 weliswaar tijdens de nachtperiode heeft verboden, maar dat het daarmee op grond van de vergunning nog steeds ten onrechte mogelijk is dat deze ventilatoren in de dag- en avondperiode onbeperkt in werking zijn. Nu [vergunninghouder] heeft verklaard dat deze ventilatoren in de praktijk uitsluitend gedurende de dag in werking zullen zijn bij temperaturen van meer dan 30 graden in combinatie met de aanwezigheid van zware dieren in de stal, had deze beperking volgens [appellant] in de vergunning moeten worden opgenomen.
1.1. Blijkens het op 29 februari 2012 door M&A Milieuadviesbureau uitgebrachte rapport "Akoestisch onderzoek industrielawaai [locatie], Oostburg" kan, ook wanneer de mobiele ventilatoren in de kopgevel van de vleeskuikenstal de gehele dag- en avondperiode in werking zijn, worden voldaan aan de voor de representatieve bedrijfssituatie gestelde grenswaarden. Dit is tussen partijen ook niet in geschil. Nu het voor de naleving van de grenswaarden niet nodig is de door [appellant] gewenste beperking in de vergunning op te nemen, heeft het college, alsmede de rechtbank bij het zelf in de zaak voorzien, in redelijkheid geen aanleiding hoeven zien voor het opnemen van die beperking.
Het betoog faalt.
2. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd, voor zover aangevallen.
3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
bevestigt de aangevallen uitspraak, voor zover aangevallen.
Aldus vastgesteld door mr. W. Sorgdrager, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. M.P.J.M. van Grinsven, griffier.
w.g. Sorgdrager w.g. Van Grinsven
lid van de enkelvoudige kamer griffier
Uitgesproken in het openbaar op 26 november 2014
462-720.