ECLI:NL:RVS:2014:4339
Raad van State
- Hoger beroep
- W. Sorgdrager
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening voorschot kinderopvangtoeslag 2010 wegens onvoldoende betalingsbewijs
De zaak betreft het hoger beroep van een appellant tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag die het beroep tegen de herziening van het voorschot kinderopvangtoeslag 2010 ongegrond verklaarde. De Belastingdienst had het voorschot herzien op €2882,00 omdat niet was aangetoond dat alle kosten van kinderopvang daadwerkelijk waren voldaan.
De appellant voerde aan dat zij een deel van de kosten contant had betaald aan de gastouder, maar kon dit niet staven met corresponderende bewijsstukken zoals kwitanties gekoppeld aan geldopnames. De Belastingdienst baseerde zich op schriftelijke overeenkomsten, jaaropgaven en bankafschriften waaruit bleek dat de betalingen lager waren dan de totale kosten.
De Raad van State oordeelde dat de appellant niet had voldaan aan haar bewijsverplichting conform de Wet kinderopvang en de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen. Omdat de daadwerkelijke betaalde kosten niet overeenkwamen met de jaaropgave, kon geen aanspraak op het volledige voorschot worden gemaakt. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de herziening van het voorschot kinderopvangtoeslag 2010 bevestigd.