ECLI:NL:RVS:2014:4347
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- A.B.M. Hent
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging terugkeerbesluit wegens onduidelijkheid rechtmatig verblijf vreemdeling
De vreemdeling werd bij besluit van 31 december 2013 opgedragen Nederland binnen 28 dagen te verlaten. Tegen dit besluit werd bezwaar gemaakt en bij uitspraak van 17 april 2014 door de rechtbank werd het beroep ongegrond verklaard. De vreemdeling stelde dat zij vanwege een medische beperking en een lopende aanvraag voor een verblijfsvergunning niet verplicht kon worden het land te verlaten.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het besluit niet voldeed aan de eisen van de Terugkeerrichtlijn, omdat het niet concreet vaststelde dat het verblijf illegaal was. Het besluit van 11 februari 2014 kon daarom niet als terugkeerbesluit worden aangemerkt. Hierdoor was de opdracht tot vertrek binnen 28 dagen onrechtmatig.
De Afdeling vernietigde het besluit en de uitspraak van de rechtbank voor zover deze het beroep ongegrond verklaarden. De staatssecretaris werd opgedragen een nieuw besluit te nemen en werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het terugkeerbesluit is vernietigd omdat niet concreet is vastgesteld dat het verblijf illegaal is, en de staatssecretaris moet een nieuw besluit nemen.