ECLI:NL:RVS:2014:4350
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering handhaving gebruik bedrijfswoning als burgerwoning
Het college van burgemeester en wethouders van Weert wees een verzoek tot handhaving af tegen het gebruik van een bedrijfswoning als burgerwoning. Tegen dit besluit en het daarop volgende besluit op bezwaar werd beroep ingesteld bij de rechtbank Limburg, die het beroep ongegrond verklaarde. Het hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State richtte zich op de vraag of er concreet zicht op legalisering bestond, waardoor handhaving achterwege kon blijven.
De Afdeling oordeelde dat ten tijde van het besluit op bezwaar slechts een voorontwerpbestemmingsplan ter inzage lag en niet een ontwerpbestemmingsplan, wat volgens vaste jurisprudentie vereist is om concreet zicht op legalisering aan te nemen. Het college had ten onrechte geconcludeerd dat concreet zicht op legalisering bestond, mede omdat de Wet plattelandswoningen pas na het besluit op bezwaar in werking trad.
Daarom werd het hoger beroep gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van appellant alsnog gegrond verklaard. Het besluit van het college werd vernietigd wegens strijd met artikel 7:12, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het besluit van het college tot afwijzing van handhaving wordt vernietigd.