ECLI:NL:RVS:2014:436
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging huisverbod van tien dagen wegens gevaar voor veiligheid in woning te Sliedrecht
De burgemeester legde op 14 april 2013 een huisverbod op aan appellant voor tien dagen vanwege een incident waarbij appellant zijn dochter zou hebben geschopt en geslagen, wat volgens het Risicotaxatie-instrument Huiselijk Geweld en politiegegevens een ernstig en onmiddellijk gevaar voor de veiligheid van de woningbewoners opleverde.
Appellant betwistte het huisverbod en voerde onder meer aan dat hij zijn dochter niet met opzet had geslagen, dat zijn ex-partner en dochter niet tijdig waren gehoord en dat hij een belangrijke rol speelt bij de opvoeding van zijn kinderen. De voorzieningenrechter verklaarde het beroep ongegrond en de Raad van State bevestigt deze uitspraak.
De Raad van State overweegt dat het huisverbod een ingrijpende maatregel is die alleen mag worden opgelegd bij ernstige en onmiddellijke gevaren. De feiten en omstandigheden, waaronder het incident en eerdere politiecontacten, rechtvaardigen het huisverbod. Ook het feit dat appellant over eigen woonruimte beschikt en dat Bureau Jeugdzorg betrokken is, rechtvaardigt de maatregel.
Verder oordeelt de Raad dat het huisverbod niet vervalt door de voorlopige hechtenis van appellant, omdat het een bestuursrechtelijke maatregel betreft die losstaat van strafrechtelijke procedures. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de voorzieningenrechter bevestigd.
Uitkomst: Het huisverbod van tien dagen opgelegd door de burgemeester wordt bevestigd door de Raad van State.