ECLI:NL:RVS:2014:4360
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening voorschotten kinderopvangtoeslag op nihil voor 2008-2010
De Belastingdienst/Toeslagen heeft bij besluiten van 26 maart 2013 de aan appellant toegekende voorschotten kinderopvangtoeslag over 2008, 2009 en 2010 herzien en op nihil gesteld. Appellant maakte bezwaar en stelde beroep in tegen deze besluiten, maar de rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep betoogde appellant onder meer dat hij wel kosten had gemaakt en dat de Belastingdienst ten onrechte de voorschotten had herzien.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat de Wet kinderopvang (Wko) en de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen (Awir) voorschrijven dat de toeslag een tegemoetkoming is in de kosten van kinderopvang en dat de aanvrager moet kunnen aantonen dat hij daadwerkelijk kosten heeft gemaakt. Appellant kon geen deugdelijke administratie of bankafschriften overleggen die dit bewezen. Een verklaring van de gastouder over gemaakte uitgaven was onvoldoende bewijs.
Verder oordeelde de Afdeling dat de Belastingdienst bevoegd was de voorschotten te herzien en terug te vorderen, ook al was de definitieve vaststelling van de toeslag niet binnen de wettelijke termijn gebeurd. Het vertrouwensbeginsel en de belangenafweging bij terugvordering boden geen grond om de herziening te weigeren. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de herziening van de voorschotten kinderopvangtoeslag op nihil bevestigd.