ECLI:NL:RVS:2014:4397
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- R. van der Spoel
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank en ongegrondverklaring beroep op asielverblijfsvergunning en inreisverbod
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie wees op 21 februari 2014 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af en legde een inreisverbod op. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond, vernietigde het besluit en beval een nieuw besluit.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat de staatssecretaris onvoldoende had gemotiveerd waarom de vreemdeling niet aannemelijk had gemaakt dat zij bij terugkeer naar Somalië een reëel risico loopt op herbesnijdenis, een schending van artikel 3 EVRM Pro.
De Raad van State vond dat de staatssecretaris voldoende had gemotiveerd dat de vreemdeling geen aannemelijk risico loopt op herbesnijdenis door haar clan, mede gelet op het ontbreken van bewijsstukken en het ambtsbericht. Het hoger beroep werd gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard. Ook het beroep tegen het inreisverbod werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling tegen de afwijzing van haar asielaanvraag en het inreisverbod wordt ongegrond verklaard.