ECLI:NL:RVS:2014:44
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- G. van der Wiel
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank en ongegrondverklaring beroep vreemdeling in asielzaak
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag die het beroep van een vreemdeling tegen de afwijzing van haar aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd gegrond verklaarde.
De rechtbank had geoordeeld dat de staatssecretaris onvoldoende terughoudend had getoetst aan de geloofwaardigheid van het asielrelaas van de vreemdeling, met name over de gestelde uithuwelijking. De rechtbank vond dat de staatssecretaris zich niet redelijkerwijs op het standpunt kon stellen dat de vreemdeling meer informatie had kunnen geven over de uithuwelijking en de betrokken man.
De Raad van State oordeelt echter dat de rechtbank ten onrechte het eigen oordeel over de geloofwaardigheid heeft gesteld boven dat van de staatssecretaris. De staatssecretaris heeft zijn standpunt voldoende gemotiveerd, onder meer door te wijzen op inconsistenties in het verhaal van de vreemdeling en de context van gedwongen huwelijken in Afghanistan. Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard omdat zij haar asielverzoek onvoldoende heeft onderbouwd.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 10 januari 2014.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.