ECLI:NL:RVS:2014:4419
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- W.D.M. van Diepenbeek
- J. Kramer
- R.J.J.M. Pans
- Rechtspraak.nl
Toestemming aanvoer specie tot mei 2018 in zandwinplas Weert bevestigd
Het college van Gedeputeerde Staten Limburg verleende Centrale Zandwinning Weert B.V. (CZW) toestemming voor de aanvoer van 220.000 m3 specie van elders tot mei 2018, met als voorwaarde dat de totale aanvoer sinds 2009 niet meer dan 500.000 m3 bedraagt. Stichting Groen Weert stelde beroep in tegen dit besluit en voerde onder meer aan dat het college ten onrechte een besluit nam tijdens lopende procedures, dat de zorgplicht niet werd nagekomen, en dat de aanvoer in strijd was met eerdere vergunningen.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het college niet verplicht was de besluitvorming aan te houden en dat het college niet alle belanghebbenden persoonlijk hoefde te informeren. Ook was het college bevoegd om toestemming te verlenen voor een langere periode dan één werkplanperiode, wat administratieve lasten vermindert en zekerheid biedt. De stichting stelde dat de maximale hoeveelheid specie was overschreden, maar het deskundigenbericht toonde aan dat minder specie daadwerkelijk werd toegepast dan was aangemeld.
Verder concludeerde de Afdeling dat de vergunning voorschrift 4.9 toestaat dat het college toestemming verleent voor aanvoer van specie van elders, en dat de vrees voor grondwatervervuiling niet aannemelijk was gemaakt. De Afdeling verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde het bestreden besluit. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van Stichting Groen Weert is ongegrond verklaard en het collegebesluit tot toestemming voor aanvoer specie tot mei 2018 blijft in stand.