ECLI:NL:RVS:2014:4443
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- N. Verheij
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende motivering risico terugkeer Turkije
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris op 26 april 2013 werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond, waarna hoger beroep werd ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat de staatssecretaris onvoldoende had gemotiveerd dat terugkeer naar Turkije geen reëel risico op schending van artikel 3 EVRM Pro met zich meebrengt, mede gezien de onduidelijkheid over detentieomstandigheden en het hogere risico voor veroordeelden wegens lidmaatschap van Hizbollah. De verwijzing naar algemene ambtsberichten en eerdere uitspraken was ontoereikend.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en het besluit van de staatssecretaris, en verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van €1461,00 voor rechtsbijstand.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning asiel wordt vernietigd en het beroep van de vreemdeling wordt gegrond verklaard.