ECLI:NL:RVS:2014:445
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing vergoeding vervoerskosten speciaal onderwijs
Het college van burgemeester en wethouders van Schinnen wees het verzoek van appellant af om vergoeding van de vervoerskosten van zijn dochter naar de St. Jan Baptistschool. De rechtbank Limburg verklaarde het beroep van appellant ongegrond en deze uitspraak werd in hoger beroep door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigd.
Appellant voerde aan dat de St. Jan Baptistschool de dichtstbijzijnde toegankelijke school is vanwege de specifieke sociale en psychische behoeften van zijn dochter, en dat de Parkschool niet aan deze behoeften voldoet. De Raad van State oordeelde dat de Parkschool wel degelijk een school is van de soort waarop de dochter is aangewezen en daarmee een toegankelijke school is volgens de verordening. De voorkeur van appellant voor een kleinere school leidt niet tot een andere beoordeling.
Verder stelde appellant dat het college onredelijk was in het weigeren van vergoeding gelijk aan die voor vervoer naar de Parkschool. De Raad van State vond dat het college aannemelijk had gemaakt dat het vervoer naar de Parkschool reeds in natura wordt verzorgd met geringe meerkosten, waardoor vergoeding niet noodzakelijk is.
Ten slotte betoogde appellant dat het college op grond van bijzondere omstandigheden had moeten afwijken van de verordening. De Raad van State vond dat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de Parkschool de ontwikkeling van zijn dochter belemmert en dat er geen bijzondere omstandigheden waren die afwijking rechtvaardigen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.