ECLI:NL:RVS:2014:4459
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering kinderopvangtoeslag ondanks beroep op buitenwettelijk beleid
De Belastingdienst/Toeslagen heeft bij besluiten van 22 juli 2011 en 5 februari 2011 het aan appellant toegekende voorschot kinderopvangtoeslag over 2009, 2010 en 2011 herzien op nihil gesteld en het teveel betaalde bedrag teruggevorderd. De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellant tegen deze besluiten ongegrond. Appellant stelde in hoger beroep dat de Belastingdienst op grond van haar buitenwettelijk beleid had moeten afzien van terugvordering vanwege onaanvaardbare gevolgen voor zijn financiële en psychische situatie.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State overwoog dat artikel 26 Awir Pro dwingendrechtelijk bepaalt dat terugvordering verplicht is indien een voorschot wordt herzien. Het buitenwettelijk beleid van de Belastingdienst, dat in strijd is met deze wettelijke bepaling, kan niet leiden tot afzien van terugvordering. Ook het beroep op artikel 47 Awir Pro faalt omdat dit artikel ziet op tegemoetkomingen en niet op terugvordering van voorschotten.
Verder oordeelde de Afdeling dat het niet wijzen op een betalingsregeling de rechtmatigheid van de terugvordering niet aantast, temeer daar appellant nog steeds een betalingsregeling kan aanvragen. Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De terugvordering van het teveel betaalde voorschot kinderopvangtoeslag wordt bevestigd en het hoger beroep ongegrond verklaard.