ECLI:NL:RVS:2014:4476
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging schorsing rijbewijs na verplicht geschiktheidsonderzoek onder invloed van drugs
Het CBR heeft appellant op 5 augustus 2013 verplicht mee te werken aan een onderzoek naar zijn rijgeschiktheid en zijn rijbewijs geschorst, naar aanleiding van een schriftelijke mededeling van de politie over een vermoeden van rijden onder invloed van drugs.
Appellant voerde aan dat het CBR ten onrechte een onderzoek oplegde zonder bevestiging van het rijden onder invloed en dat het onredelijk is om bij elke hoeveelheid drugsgebruik een onderzoek te eisen. Ook wees hij op een wetsvoorstel dat grenswaarden voor drugsgebruik zou invoeren.
De rechtbank oordeelde dat het CBR op grond van de wettelijke bepalingen en de eigen verklaring van appellant terecht een vermoeden had dat appellant onder invloed had gereden en dat het opleggen van het onderzoek verplicht was. De Raad van State bevestigt dit oordeel en verklaart het hoger beroep ongegrond.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 10 december 2014.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt het besluit van het CBR tot schorsing van het rijbewijs en het opleggen van een geschiktheidsonderzoek.