ECLI:NL:RVS:2014:45
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank inzake handhaving woonschip en steiger aan Spaarndamseweg te Haarlem
Het college van burgemeester en wethouders van Haarlem wees een verzoek van appellanten af om handhavend op te treden tegen een steiger, vlonder en de ligging van een woonschip aan de Spaarndamseweg in Haarlem. Appellanten maakten bezwaar tegen dit besluit, dat door het college werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellanten gegrond, vernietigde het besluit op bezwaar en handhaafde de rechtsgevolgen.
In hoger beroep betoogden appellanten onder meer dat de rechtbank ten onrechte aannam dat er concreet zicht op legalisatie was van de woonschipligging, terwijl de Woonschepenverordening nog niet was aangepast. De Afdeling oordeelde dat de rechtbank dit onvoldoende had onderkend, maar dat nu de verordening is aangepast en de ligging voldoet aan de nieuwe regels, het college bij een nieuw besluit materieel hetzelfde zal beslissen. Daarom werd de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Verder stelde appellanten dat de steiger en vlonder niet gelegaliseerd konden worden door vergunningen waartegen bezwaar was gemaakt. De Afdeling overwoog dat het bestaan van rechtsmiddelen tegen vergunningen niet betekent dat deze rechtsmiddelen slagen, en dat de rechtbank terecht van de verleende vergunningen was uitgegaan.
Ten slotte werd het verzoek van appellanten om hogere proceskostenvergoeding afgewezen omdat geen bijzondere omstandigheden waren aangetoond. De Afdeling veroordeelde het college tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellanten. Het hoger beroep werd gegrond verklaard, maar de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep is gegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd met een proceskostenvergoeding aan appellanten.