ECLI:NL:RVS:2014:4504
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Y.E.M.A. Timmerman-Buck
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaard beroep tegen kosten bestuursdwang voor onjuist aanbieden afvalstoffen
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag heeft op 14 januari 2014 spoedeisende bestuursdwang toegepast wegens het onjuist aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen door appellant. De kosten van deze bestuursdwang, een bedrag van €126,00, zijn aan appellant opgelegd. Appellant maakte bezwaar tegen deze kosten, stellende dat zij niet de overtreder was en dat de papiercontainer vol was, waardoor zij het afval naast de container had geplaatst.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State overweegt dat de kosten van bestuursdwang in principe voor rekening van de overtreder komen, tenzij deze redelijkerwijs niet of niet geheel te zijnen laste behoren te komen. Uit de feiten blijkt dat een doos met een poststuk waarop de naam en het adres van appellant stond, naast de inzamelvoorziening was aangetroffen. Dit leidt tot de conclusie dat appellant als overtreder kan worden aangemerkt.
De stelling van appellant dat de doos mogelijk van een pizzeria afkomstig was, wordt verworpen. Ook het argument dat het afval naast de container mocht worden geplaatst vanwege een volle container, wordt niet aanvaard. De verplichting om afval op juiste wijze aan te bieden blijft bestaan, en het college heeft geen verwijtbare tekortkomingen in de handhaving vastgesteld.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. De kosten van bestuursdwang blijven voor rekening van appellant.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de kosten van bestuursdwang blijven voor rekening van appellant.