ECLI:NL:RVS:2014:4525
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- H.G. Lubberdink
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing asielaanvraag en afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen uitzetting
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, die door de staatssecretaris op 15 mei 2014 werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze afwijzing ongegrond. De vreemdeling stelde vervolgens hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening om zijn uitzetting naar Afghanistan te voorkomen.
De vreemdeling baseerde zijn verzoek op een gestelde bekering tot het christendom, ondersteund door rapporten van een godsdienstpsycholoog en de Protestantse Kerk. De voorzieningenrechter oordeelde echter dat deze rapporten geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden vormden, omdat zij reeds in eerdere procedures waren betrokken. Er waren geen andere nieuwe feiten aangevoerd die het verzoek konden ondersteunen.
Daarom werd geconcludeerd dat de vreemdeling niet aannemelijk had gemaakt dat hij daadwerkelijk was bekeerd tot het christendom en dat er geen reden was om de uitzetting te schorsen. Het hoger beroep werd als kennelijk ongegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank bevestigd en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening tegen uitzetting wordt afgewezen.