ECLI:NL:RVS:2014:4586
Raad van State
- Hoger beroep
- R. van der Spoel
- G.M.H. Hoogvliet
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Bevestiging handhavingsbesluit beëindiging bewoning pand in strijd met bestemmingsplan
Het college van burgemeester en wethouders van Horst aan de Maas heeft bij besluit van 3 mei 2013 aan appellant een last onder dwangsom opgelegd om binnen zes weken de bewoning van een pand op een perceel in Sevenum te beëindigen, omdat het gebruik in strijd is met het bestemmingsplan. Appellant maakte bezwaar tegen de begunstigingstermijn, waarna het college deze verlengde tot 1 april 2014, maar handhaving bleef gehandhaafd. De voorzieningenrechter verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling overwoog dat het gebruik van het pand als woonruimte strijdig is met de bestemming 'Bedrijf' met nadere aanduiding 'Kantoor' en dat het college bevoegd is handhavend op te treden. Appellant stelde dat concreet zicht op legalisering bestaat vanwege bijzondere omstandigheden omtrent de afstand tot een boomgaard en het gebruik van een reflectiespuit die drift van bestrijdingsmiddelen vermindert. De Afdeling verwierp dit, stellende dat het enkele feit dat het college geen omgevingsvergunning wil verlenen, volstaat om te concluderen dat geen concreet zicht op legalisering bestaat.
Voorts stelde appellant dat handhaving in strijd is met het gelijkheidsbeginsel, omdat in de nabijheid gastouderopvang en huisvesting van arbeidsmigranten is toegestaan. De Afdeling oordeelde dat deze situaties niet vergelijkbaar zijn, mede omdat voor de arbeidsmigranten een vergunning is verleend. Ook het betoog dat handhaving onevenredig is vanwege afhankelijkheid van het pand faalde, omdat appellant dit niet aannemelijk had gemaakt en het gebruik in strijd met het bestemmingsplan geen geringe overtreding betreft.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de voorzieningenrechter. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en het handhavingsbesluit wordt bevestigd.