ECLI:NL:RVS:2014:4596
Raad van State
- Hoger beroep
- J.C. Kranenburg
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank over Wob-verzoek en niet-tijdig besluit college Buren
Appellante verzocht het college van burgemeester en wethouders van Buren om informatie op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) over een rekeningnummer waarop re-integratiegelden waren overgemaakt. Het college stelde dat het verzoek pas op 19 december 2012 was ontvangen en wees het verzoek op 7 januari 2013 af, stellende dat geen dwangsom was verbeurd.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit niet-ontvankelijk en vernietigde het besluit van 7 januari 2013 voor zover het de afwijzing van het Wob-verzoek betrof. De rechtbank oordeelde dat het college in strijd met de Wob had gehandeld door niet te verzoeken het verzoek te preciseren, maar stelde dat de gevraagde informatie niet meer te achterhalen was.
In hoger beroep stelde appellante dat zij het verzoek al op 26 oktober 2012 had ingediend en een ontvangstbewijs had, waardoor het college een dwangsom zou hebben verbeurd. De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat het ontvangstbewijs te laat was overgelegd en buiten beschouwing moest blijven, waardoor het college niet aannemelijk was gemaakt dat het verzoek eerder was ontvangen.
Daarnaast wees de Afdeling het betoog af dat het college verplicht was om bij de bank navraag te doen, omdat het bestuursorgaan aannemelijk had gemaakt dat de informatie niet meer onder haar berust. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.