ECLI:NL:RVS:2014:46
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- A.B.M. Hent
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vernietiging boetebesluit wegens onrechtmatige oplegging en vergoeding immateriële schade
De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid legde aan [appellante] een boete van € 32.000 op wegens overtreding van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav). De rechtbank Noord-Nederland verklaarde het beroep van [appellante] gegrond, verminderde de boete tot € 28.800 en vernietigde het eerdere besluit. Zowel de minister als [appellante] gingen in hoger beroep bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat de werkzaamheden van de stagiairs bij [appellante] niet in strijd waren met de Wav, mede gelet op de geldende uitvoeringsregels en beleidsregels omtrent stages en tewerkstellingsvergunningen. Tevens werd vastgesteld dat de redelijke termijn voor de procedure was overschreden, geheel toe te rekenen aan de minister.
Daarom werd het boetebesluit vernietigd, het hoger beroep van de minister niet-ontvankelijk verklaard en de minister veroordeeld tot betaling van € 1.000 aan immateriële schadevergoeding aan [appellante]. Daarnaast werd de minister veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierechten. De uitspraak vervangt het vernietigde besluit en is bindend.
Uitkomst: Het boetebesluit van de minister wordt vernietigd en de minister wordt veroordeeld tot betaling van een schadevergoeding van € 1.000 aan [appellante].