ECLI:NL:RVS:2014:4619
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vergunning voor kappen boom ondanks bezwaar omgevingswaarden en belangenafweging
Het college van burgemeester en wethouders van Dordrecht verleende op 15 juli 2013 vergunning voor het kappen van een taxus baccata op een perceel te Dordrecht. Tegen dit besluit maakte appellant bezwaar, dat door het college ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant eveneens ongegrond. Appellant stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Appellant voerde aan dat de boom als onderdeel van het complex Binnenstad een beeldbepalende waarde heeft en dat het college ten onrechte deze waarde beperkt heeft beoordeeld. Tevens stelde appellant dat het college het belang van de vergunninghouder ten onrechte zwaarder heeft laten wegen dan het behoud van de boom, en dat het college onrechtmatig van standpunt is veranderd tijdens de bezwaarprocedure.
De Afdeling oordeelde dat het college een discretionaire bevoegdheid heeft bij het beoordelen van de vergunningaanvraag en dat de boom slechts een beperkte beeldbepalende waarde heeft voor een kleine groep omwonenden. De belangenafweging door het college, waarbij het belang van de vergunninghouder bij het kappen van de boom zwaarder woog vanwege onder meer mogelijke schade aan een tuinmuur en hoge onderhoudskosten, was redelijk. De Afdeling verwierp het beroep en bevestigde de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de vergunning voor het kappen van de boom blijft gehandhaafd.