ECLI:NL:RVS:2014:4627
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- N. Verheij
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vermindering boete wegens overschrijding redelijke termijn bij overtreding Wet arbeid vreemdelingen
De zaak betreft een hoger beroep van een onderneming tegen een boete van €40.000 wegens vijf overtredingen van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav). De boete was opgelegd omdat de onderneming vreemdelingen zonder tewerkstellingsvergunning arbeid liet verrichten.
De Raad van State bevestigt dat de dienstverlening bestond uit het louter ter beschikking stellen van arbeidskrachten, waardoor een tewerkstellingsvergunning vereist was. De onderneming voerde aan dat de vreemdelingen onder leiding van hun Poolse werkgever werkten en dat de verplaatsing niet het doel van de dienstverlening was, maar dit werd verworpen op basis van verklaringen van betrokkenen en de aard van de overeenkomst.
Wel oordeelt de Raad van State dat de redelijke termijn voor de procedure is overschreden met meer dan zes maanden. Hierdoor wordt de boete verminderd met het maximale bedrag van €2.500, waardoor de boete wordt vastgesteld op €37.500. De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd en het besluit van de minister herroepen. Tevens wordt de minister veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierechten.
Uitkomst: De boete wordt verminderd tot €37.500 wegens overschrijding van de redelijke termijn en het hoger beroep wordt gegrond verklaard.