ECLI:NL:RVS:2014:4636
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- W. Sorgdrager
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Bevestiging handhavingsbesluit tegen hobbymatig gebruik voormalige bedrijfsruimte in strijd met bestemmingsplan
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag heeft een last onder dwangsom opgelegd aan belanghebbende om het gebruik van een voormalige bedrijfsruimte op een perceel in de Rivierenbuurt te staken vanwege strijdigheid met het bestemmingsplan. Na een eerdere intrekking en bezwaarprocedure oordeelde de rechtbank dat het college ten onrechte had geoordeeld dat er concreet zicht op legalisering bestond en vernietigde het besluit.
Het college stelde vervolgens een nieuw besluit vast waarin het hobbymatig gebruik van de ruimte voor het opknappen van auto’s werd verboden en een lagere dwangsom werd opgelegd. Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit, stellende dat de dwangsom te laag was en dat het college onvoldoende had gemotiveerd.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het gebruik van de voormalige bedrijfsruimte, ook als hobbymatig, in strijd is met het bestemmingsplan. Het college had voldoende gemotiveerd dat het opknappen van auto’s hobbymatig was en dat de lagere dwangsom in verhouding stond tot de ernst van de overtreding. Het beroep van verzoeker werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het beroep van verzoeker wordt ongegrond verklaard en het handhavingsbesluit tegen het hobbymatig gebruik van de voormalige bedrijfsruimte wordt bevestigd.