ECLI:NL:RVS:2014:4669
Raad van State
- Hoger beroep
- D.A.C. Slump
- A.W.M. Bijloos
- R.J.J.M. Pans
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit minister over aanvullende bekostiging personeel basisschool
De stichting Protestants Christelijk Onderwijs Utrecht maakte bezwaar tegen de wijze waarop de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap de aanvullende bekostiging voor personeelskosten had berekend. De minister had het aantal leerlingen van een nieuwe basisschool op 1 oktober 2010 toegerekend aan het aantal leerlingen van de stichting op 1 oktober 2009 om dubbele bekostiging te voorkomen.
De rechtbank Midden-Nederland verklaarde het beroep van de stichting ongegrond, maar de stichting ging in hoger beroep bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de minister ten onrechte de toerekeningsmethode van artikel 121, tweede lid, van de Wet op het primair onderwijs (Wpo) had toegepast op de aanvullende bekostiging zoals bedoeld in artikel 29 van Pro het Bekostigingsbesluit.
De Raad van State stelde vast dat artikel 29 van Pro het Bekostigingsbesluit duidelijk voorschrijft dat alle leerlingen van alle scholen moeten worden betrokken bij de berekening van de aanvullende bekostiging. De minister kon niet afwijken van deze bepaling. Daarom werd het besluit van 31 oktober 2012 vernietigd en werd het beroep van de stichting alsnog gegrond verklaard.
Daarnaast werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het betaalde griffierecht aan de stichting. De uitspraak werd gedaan door de voorzitter en twee leden van de Afdeling bestuursrechtspraak op 24 december 2014.
Uitkomst: Het besluit van de minister van 31 oktober 2012 wordt vernietigd wegens onjuiste toepassing van artikel 29 van het Bekostigingsbesluit.