ECLI:NL:RVS:2014:4673
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- N. Verheij
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vernietiging boetebesluit wegens overschrijding redelijke termijn en toetsing terbeschikkingstelling arbeidskrachten
De minister legde [appellante sub 2] een boete van € 88.000,- op wegens het laten verrichten van arbeid door elf Poolse vreemdelingen zonder tewerkstellingsvergunning, in strijd met artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav).
De rechtbank verklaarde het beroep van [appellante sub 2] gegrond en vernietigde het besluit van de minister. Zowel de minister als [appellante sub 2] gingen in hoger beroep. De Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat de rechtbank een te beperkte toets hanteerde bij de beoordeling van het toezicht en de leiding over de vreemdelingen, maar oordeelde dat de minister terecht aannam dat sprake was van terbeschikkingstelling van arbeidskrachten.
Verder werd geoordeeld dat de redelijke termijn voor de procedure was overschreden, waardoor de boete met het maximale bedrag van € 2.500,- moest worden verminderd. De Afdeling vernietigde het eerdere besluit, herzag de boete tot € 85.500,- en veroordeelde de minister tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Boete van € 88.000,- vernietigd en vastgesteld op € 85.500,- wegens overschrijding redelijke termijn en juiste toepassing terbeschikkingstelling arbeidskrachten.