ECLI:NL:RVS:2014:4705
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- A.B.M. Hent
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vaststelling dat vreemdeling vrees voor herhaling verkrachting in Georgië onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt
De staatssecretaris wees op 18 september 2013 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel af. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, met de opdracht aan de staatssecretaris een nieuw besluit te nemen. De staatssecretaris ging in hoger beroep tegen deze uitspraak.
De kern van het geschil betrof de vraag of de vreemdeling haar vrees dat zij bij terugkeer naar Georgië opnieuw door dezelfde mannen zou worden verkracht, aannemelijk had gemaakt. De staatssecretaris had dit afgewezen omdat de gebeurtenis in 2009 een eenmalig incident was en de vreemdeling en haar echtgenoot daarna geen problemen ondervonden.
De Raad van State oordeelde dat de staatssecretaris zich terecht en deugdelijk had gemotiveerd en dat de vreemdeling onvoldoende bewijs had geleverd voor haar vrees. De Raad vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning wordt gehandhaafd.