ECLI:NL:RVS:2014:4725
Raad van State
- Hoger beroep
- F.C.M.A. Michiels
- Rechtspraak.nl
Afwijzing van verzoek tot inlijving in de Nederlandse adel wegens niet tijdig ingediend verzoek
De minister heeft op 18 februari 2013 een aanvraag van appellant om inlijving in de Nederlandse adel afgewezen. Het bezwaar hiertegen werd eveneens ongegrond verklaard. De rechtbank bevestigde dit oordeel en verklaarde het beroep ongegrond. Appellant stelde dat de brief uit 1969, gericht aan de Hoge Raad van Adel, wel als een verzoek tot inlijving moest worden gezien en dat het verzoek niet was ingetrokken.
De Raad van State oordeelde dat de brief uit 1969 niet aan de Koning was gericht, die volgens de Grondwet bevoegd is om adeldom te verlenen. De Hoge Raad van Adel had geen aanleiding om deze brief als verzoek aan de Koning door te zenden. Bovendien was het verzoek niet tijdig ingediend, aangezien het langer dan vijf jaar na inwerkingtreding van de Wet op de adeldom was gedaan.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het verzoek tot inlijving in de Nederlandse adel bevestigd.