ECLI:NL:RVS:2014:4726
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering verklaring omtrent gedrag voor chauffeurskaart na drugs- en diefstalveroordeling
De staatssecretaris weigerde op 25 april 2012 de aanvraag van appellant voor een verklaring omtrent het gedrag (VOG) voor een chauffeurskaart vanwege een veroordeling op 3 november 2011 voor overtreding van de Opiumwet en diefstal onder strafverzwarende omstandigheden. De rechtbank Limburg verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De Raad van State overwoog dat het toepasselijke screeningsprofiel taxibranche chauffeurskaart ook het vervoer van overledenen en gehandicapten omvat, en dat het risico van herhaling van de delicten een belemmering vormt voor de functie. De staatssecretaris mocht het objectieve criterium toepassen dat herhaling van de delicten een risico voor de samenleving inhoudt, met name voor de veiligheid van passagiers en hun eigendommen.
Het subjectieve criterium, waarbij het belang van de samenleving zwaarder werd geacht dan dat van appellant, werd eveneens bevestigd. De straf van een werkstraf van 80 uur subsidiair 40 dagen hechtenis werd niet als licht beschouwd en het tijdsverloop was onvoldoende om het risico te verminderen.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de VOG bevestigd.