ECLI:NL:RVS:2014:4733
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen overdracht vreemdeling tijdens hoger beroep verblijfsvergunning
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie wees op 29 september 2014 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 6 november 2014 het beroep ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening om overdracht te voorkomen tijdens de behandeling van het hoger beroep.
De voorzieningenrechter overwoog dat de vreemdeling betoogde dat het gelijkheidsbeginsel door de staatssecretaris was geschonden. Gezien de aangekondigde spoedige overdracht besloot de voorzieningenrechter dat de overdracht voorlopig niet mocht plaatsvinden totdat partijen zich ter zitting over het verzoek hadden uitgelaten en de voorzieningenrechter uitspraak had gedaan.
De beslissing omtrent de proceskostenveroordeling werd gereserveerd tot na de zitting. Hiermee werd de vreemdeling tijdelijk beschermd tegen overdracht, zodat het hoger beroep effectief kon worden behandeld zonder dat de vreemdeling al was overgedragen.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden overgedragen totdat de voorzieningenrechter na zitting uitspraak heeft gedaan.