ECLI:NL:RVS:2014:4735
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- C.J. Borman
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake afwijzing machtiging voorlopig verblijf
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie heeft op 16 januari 2014 een aanvraag van een vreemdeling voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) afgewezen. De minister van Buitenlandse Zaken verklaarde het bezwaar van de vreemdeling hiertegen op 3 maart 2014 ongegrond. De rechtbank Den Haag vernietigde bij uitspraak van 19 augustus 2014 dit besluit en verklaarde het beroep gegrond.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat het besluit van 3 maart 2014 door een onbevoegde was genomen. De Afdeling stelde vast dat de staatssecretaris bevoegd was en dat het gebrek in het besluit krachtens artikel 6:22 Awb Pro kon worden gepasseerd, omdat de vreemdeling niet was benadeeld.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verwees de zaak terug naar de rechtbank voor verdere behandeling en beslissing met inachtneming van de overwegingen. Tevens stelde de Afdeling de proceskosten in hoger beroep vast op €487,00 en bepaalde dat de rechtbank over de vergoeding daarvan beslist.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en de zaak terugverwezen voor herbehandeling.