ECLI:NL:RVS:2014:4755
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen kostenverhaal bestuursdwang inzake verkeerd aanbieden huishoudelijk afval
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag heeft op 4 december 2013 spoedeisende bestuursdwang toegepast door een huisvuilzak te verwijderen die in strijd met de Afvalstoffenverordening 2010 werd aangeboden. De zak was aangetroffen op de Koningstraat, een gebied waar gebruik van een ondergrondse restafvalcontainer (ORAC) verplicht is. De zak werd herleid tot appellant aan wie een bedrag van €126,00 aan kosten werd opgelegd.
Appellant voerde aan dat zij niet op de hoogte was van de verplichting tot gebruik van de ORAC, mede door gebrekkige postbezorging tijdens renovatie van haar appartementencomplex en haar syndroom van Asperger. Tevens stelde zij dat het besluit op bezwaar onzorgvuldig was voorbereid vanwege onjuiste data in het advies en onjuiste vermelding over geluidopnames tijdens de hoorzitting.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de bekendmaking van het aanwijzingsbesluit op juiste wijze had plaatsgevonden via een overheidsblad en dat appellant geacht werd van de regels op de hoogte te zijn, ook omdat deze op de gemeentelijke website staan. De bezwaren tegen de procedure en de hoorzitting faalden. Ook de persoonlijke omstandigheden van appellant boden geen grond om het kostenverhaal te weigeren.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het kostenverhaal van bestuursdwang wegens verkeerd aanbieden van huishoudelijk afval wordt ongegrond verklaard.