ECLI:NL:RVS:2014:4760
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- G.M.H. Hoogvliet
- J.W. van de Gronden
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ongeldigverklaring kentekenbewijs wegens voertuig met gestolen onderdelen
Bij besluit van 7 mei 2013 heeft de RDW het kentekenbewijs van een personenauto ongeldig verklaard nadat een politieonderzoek had vastgesteld dat het voertuig was voorzien van gestolen onderdelen, waardoor de identiteit niet kon worden vastgesteld.
De rechtbank Zeeland-West-Brabant verklaarde het beroep van de eigenaar ongegrond en de eigenaar stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Raad van State heeft het hoger beroep behandeld en overwogen dat het identificatierapport van 24 april 2013 duidelijk maakt dat de zelfdragende carrosserie niet te identificeren was en de aandrijflijn van diefstal afkomstig was.
De Raad van State oordeelt dat de RDW terecht gebruik heeft gemaakt van haar bevoegdheid om het kentekenbewijs ongeldig te verklaren, omdat de identiteit van het voertuig op het moment van controle niet vast te stellen was. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van de RDW tot ongeldigverklaring van het kentekenbewijs wordt bevestigd.