ECLI:NL:RVS:2014:4773
Raad van State
- Tussenuitspraak bestuurlijke lus
- C.H.M. van Altena
- A. Hammerstein
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Herziening besluit beëindiging schulddienstverlening wegens onterecht opgelegde huurschuld
Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam heeft op 5 november 2012 de schulddienstverlening aan appellant beëindigd wegens het ontstaan van een nieuwe huurschuld en het niet langer meewerken van de schuldeiser Havensteder. Appellant was in maart 2012 aangemeld voor budgetbeheer om huisuitzetting te voorkomen. De huurschuld ontstond doordat appellant twee maanden van bijstand werd uitgesloten vanwege het afslaan van gesubsidieerd werk, waardoor de KBR de huur niet kon betalen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen de beëindiging niet-ontvankelijk, maar de Raad van State oordeelt dat appellant wel belang heeft bij een oordeel over de rechtmatigheid van het besluit. De Raad stelt vast dat de maatregel van bijstandsuitsluiting onterecht was en is ingetrokken, waardoor de huurschuld niet als grond voor beëindiging kan dienen. Tevens is geen schuldregeling getroffen met de schuldeiser, zodat artikel 6.4 van de Gedragscode niet van toepassing is.
De Raad van State verklaart het hoger beroep gegrond en draagt het college op binnen tien weken het besluit te heroverwegen en de uitkomst mede te delen. De zaak wordt verwezen naar een einduitspraak over proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het college wordt opgedragen het besluit tot beëindiging van de schulddienstverlening binnen tien weken te heroverwegen en de uitkomst mede te delen.