ECLI:NL:RVS:2014:4811
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens voortduren inreisverbod bij afwijzing verblijfsvergunning asiel
Bij besluit van 31 mei 2013 wees de staatssecretaris de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De voorzieningenrechter verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen dit besluit ongegrond. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling overwoog ambtshalve dat tegen de vreemdeling een inreisverbod van 13 december 2012 geldt, dat onherroepelijk is geworden na het ongegrond verklaren van het beroep tegen dat besluit. Volgens vaste jurisprudentie heeft een vreemdeling die onder een dergelijk inreisverbod valt geen belang bij de beoordeling van een beroep tegen de afwijzing van een verblijfsvergunning, omdat het beroep niet kan leiden tot de gewenste vergunning zolang het inreisverbod voortduurt.
De vreemdeling heeft niet aangetoond dat het inreisverbod is opgeheven of niet meer geldt. Daarom verklaarde de Afdeling het hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens voortduren van het inreisverbod.