ECLI:NL:RVS:2014:4815
Raad van State
- Hoger beroep
- A.B.M. Hent
- S.P.M. Zwinkels
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in hoger beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris van Justitie wees op 1 oktober 2009 de aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank, die het besluit vernietigde en de staatssecretaris opdroeg een nieuw besluit te nemen. Zowel de staatssecretaris als de vreemdeling gingen in hoger beroep tegen deze uitspraak.
De staatssecretaris verzocht de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State om een voorlopige voorziening te treffen, zodat het vernietigde besluit niet direct uitgevoerd hoefde te worden in afwachting van het hoger beroep. De voorzitter overwoog dat het belang van de vreemdeling om uitvoering te geven aan de uitspraak van de rechtbank zwaarder woog dan het belang van de staatssecretaris.
Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, die waren gemaakt voor professionele rechtsbijstand. De uitspraak werd gedaan op 17 maart 2014 door de voorzitter, in aanwezigheid van een ambtenaar van staat.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot proceskostenvergoeding.