ECLI:NL:RVS:2014:500
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- E. Steendijk
- C.M. Wissels
- Rechtspraak.nl
Bevestiging aanwijzing zorgaanbieder zonder klachtencommissie volgens Wet klachtrecht cliënten zorgsector
De staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport gaf appellant een aanwijzing om binnen vier weken te voldoen aan de verplichting een klachtencommissie te hebben, zoals vereist door de Wet klachtrecht cliënten zorgsector (Wkcz). Appellant voerde aan dat hij geen zorgaanbieder in de zin van de Wkcz is omdat cliënten zorg inkopen met een persoonsgebonden budget en hij niet onder de reikwijdte van de Kwaliteitswet zorginstellingen valt.
De rechtbank Dordrecht oordeelde dat appellant wel zorgaanbieder is en dat de aanwijzing terecht was. Appellant stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Raad van State overwoog dat de Wkcz ook van toepassing is op zorgaanbieders die zorg verlenen op basis van persoonsgebonden budgetten en dat de reikwijdte van de Wkcz bewust gelijk is gehouden aan die van de Kwaliteitswet zorginstellingen om een goede klachtenbehandeling te waarborgen.
De Raad van State verwierp het beroep van appellant, onder meer omdat het feit dat cliënten de zorgovereenkomst kunnen opzeggen en een klachtenregeling kunnen gebruiken niet uitsluit dat appellant een zorgaanbieder is. Ook het argument dat de situatie vergelijkbaar zou zijn met mantelzorgers werd verworpen omdat mantelzorgers zorg bieden vanuit sociale relaties en appellant commercieel handelt.
De Afdeling bevestigde daarmee het bestreden vonnis en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.