ECLI:NL:RVS:2014:52
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- A.B.M. Hent
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vernietiging boetebesluit wegens onrechtmatige oplegging en vergoeding immateriële schade
Bij besluit van 12 augustus 2010 legde de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid [appellante] een boete van €32.000 op wegens overtreding van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav). De rechtbank Noord-Nederland verklaarde het beroep van [appellante] gegrond, herzag de boete naar €28.800 en vernietigde het eerdere besluit. Zowel de minister als [appellante] gingen in hoger beroep.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de minister ten onrechte een boete oplegde omdat de werkzaamheden van de stagiairs binnen de uitzonderingsregels van de Wav vielen. Tevens werd vastgesteld dat de redelijke termijn voor de procedure was overschreden, wat volledig aan de minister te wijten was. Daarom werd de minister veroordeeld tot een vergoeding van €1.000 aan [appellante] voor immateriële schade.
Het hoger beroep van [appellante] werd gegrond verklaard, het hoger beroep van de minister niet-ontvankelijk, en het eerdere vonnis en besluiten vernietigd. De minister werd tevens veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierechten aan [appellante].
Uitkomst: De Raad van State vernietigt het boetebesluit en veroordeelt de minister tot vergoeding van immateriële schade en proceskosten aan [appellante].