ECLI:NL:RVS:2014:536
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- E. Steendijk
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vaststelling ongegrondheid beroep tegen afwijzing machtiging voorlopig verblijf wegens onvoldoende gezinsband
De minister van Buitenlandse Zaken wees op 21 februari 2012 de aanvragen van meerdere vreemdelingen om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) af. Na een bezwaarprocedure bleef dit besluit gehandhaafd. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdelingen gegrond en oordeelde dat de minister DNA-onderzoek moest laten verrichten om de gezinsband te verifiëren.
De minister stelde in hoger beroep dat de rechtbank ten onrechte oordeelde dat DNA-onderzoek noodzakelijk was, omdat de feitelijke gezinsband niet aannemelijk was vanwege tegenstrijdige verklaringen van de betrokken vreemdelingen en de referente. De minister verwees naar beleidsregels waarin is bepaald dat DNA-onderzoek niet wordt uitgevoerd als op voorhand duidelijk is dat niet aan de voorwaarden voor nareis wordt voldaan.
De Raad van State oordeelde dat de minister zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat de gezinsband onvoldoende aannemelijk is gemaakt en dat het niet verplicht was DNA-onderzoek te verrichten. De rechtbank had dit niet onderkend. Het hoger beroep van de minister werd gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdelingen ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdelingen wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de mvv-aanvragen gehandhaafd.