ECLI:NL:RVS:2014:567

Raad van State

Datum uitspraak
19 februari 2014
Publicatiedatum
19 februari 2014
Zaaknummer
201306396/1/A1
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
  • F.C.M.A. Michiels
  • R.J.J.M. Pans
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
1 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens overlijden appellant en intrekking besluit

Het college van burgemeester en wethouders van Boskoop had bij besluit van 3 oktober 2011 aan wijlen appellant gelast om de strijdige situatie met de bouw- en monumentenvergunning van de als rijksmonument aangewezen watertoren op te heffen. Na een bezwaarprocedure en een uitspraak van de rechtbank Den Haag die het beroep van appellant ongegrond verklaarde, stelde appellant hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Tijdens de procedure is appellant overleden. De erfgenamen hebben niet binnen de gestelde termijn aangegeven het hoger beroep te willen voortzetten. Tevens heeft het college het bestreden besluit op 3 december 2013 ingetrokken. Hierdoor bestaat geen belang meer bij een inhoudelijke behandeling van het hoger beroep.

De Afdeling bestuursrechtspraak verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk en ziet geen aanleiding tot een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan op 19 februari 2014 door de voorzitter en leden van de Afdeling bestuursrechtspraak.

Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens overlijden appellant en intrekking van het bestreden besluit.

Uitspraak

201306396/1/A1.
Datum uitspraak: 19 februari 2014
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak op het hoger beroep van:
wijlen [appellant], wonend te Boskoop,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 7 juni 2013 in zaak nr. 12/4965 in het geding tussen:
[appellant]
en
het college van burgemeester en wethouders van Boskoop.
Procesverloop
Bij besluit van 3 oktober 2011 heeft het college wijlen [appellant] gelast de met de verleende bouw- en monumentenvergunning strijdige situatie van de als rijksmonument aangewezen watertoren op het perceel [locatie] te Boskoop op te heffen.
Bij besluit van 16 mei 2012 heeft het college het door wijlen [appellant] daartegen gemaakte bezwaar, onder wijziging van een van de opgelegde lasten en de hoogte van de daarop betrekking hebbende dwangsom, ongegrond verklaard.
Bij uitspraak van 7 juni 2013 heeft de rechtbank het door wijlen [appellant] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.
Tegen deze uitspraak heeft wijlen [appellant] hoger beroep ingesteld.
Bij besluit van 5 augustus 2013 heeft het college de begunstigingstermijn verlengd tot vier weken na de uitspraak van de Afdeling op het hoger beroep.
Het college heeft een verweerschrift ingediend.
Bij brief van 3 december 2013 heeft het college het besluit van 3 oktober 2011 ingetrokken.
De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 29 januari 2014, waar het college, vertegenwoordigd door I.M. Borst en A. Bosselaar, beiden werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen.
Overwegingen
1. [appellant] is gedurende de procedure overleden. De erfgenamen van wijlen [appellant] hebben niet binnen de door de Afdeling aan hen gestelde termijn aangegeven dat zij het hoger beroep willen voortzetten. Gelet hierop en ook op de brief van het college van 3 december 2013 bestaat er geen belang meer bij een inhoudelijke beoordeling van het hoger beroep.
2. Het hoger beroep is niet-ontvankelijk.
3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.
Aldus vastgesteld door mr. P.B.M.J. van der Beek-Gillessen, voorzitter, en mr. F.C.M.A. Michiels en mr. R.J.J.M. Pans, leden, in tegenwoordigheid van mr. D.A.B. Montagne, ambtenaar van staat.
w.g. Van der Beek-Gillessen w.g. Montagne
voorzitter ambtenaar van staat
Uitgesproken in het openbaar op 19 februari 2014
374-776.