ECLI:NL:RVS:2014:596
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- C.J. Borman
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit uitstel van vertrek wegens ondeugdelijke motivering ingangsdatum
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, die door de minister voor Immigratie en Asiel op 31 januari 2011 werd afgewezen. Vervolgens verleende de minister op 23 januari 2012 uitstel van vertrek, maar stelde daarbij een ingangsdatum die de vreemdeling betwistte. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze ingangsdatum ongegrond. De vreemdeling stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat de vreemdeling geen belang had bij een eerdere ingangsdatum van het uitstel van vertrek. De Afdeling stelde vast dat de staatssecretaris niet had gemotiveerd waarom het uitstel van vertrek pas met ingang van 23 januari 2012 werd verleend en dat dit gebrek aan motivering het besluit ondeugdelijk maakte.
Daarom werd het hoger beroep gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd voor zover het ging om het beroep tegen de ingangsdatum van het uitstel van vertrek, en het besluit van 23 januari 2012 vernietigd voor zover het de ingangsdatum betreft. Voor het overige werd de uitspraak bevestigd. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en het griffierecht aan de vreemdeling.
Uitkomst: Het besluit van 23 januari 2012 wordt vernietigd voor zover het de ingangsdatum van het uitstel van vertrek betreft wegens ondeugdelijke motivering.