ECLI:NL:RVS:2014:603
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vaststelling rechtmatigheid afwijzing verzoek gesubsidieerde rechtsbijstand bij hernieuwd bestuursvoornemen
De zaak betreft een hoger beroep van het bestuur van de raad voor de rechtsbijstand tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag die het beroep van verzoeker tegen de afwijzing van gesubsidieerde rechtsbijstand gegrond verklaarde.
Verzoeker had een toevoeging gekregen voor een procedure tegen het intrekken van zijn verblijfsvergunning asiel. Na vernietiging van het besluit door de rechtbank volgde een nieuw voornemen van de minister tot intrekking, waarop verzoeker opnieuw gesubsidieerde rechtsbijstand vroeg. De raad wees dit verzoek af op grond van het beleid dat bij hernieuwde voornemens geen nieuwe toevoeging wordt verleend.
De rechtbank oordeelde dat de raad dit beleid niet mocht toepassen, maar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State stelde de raad in het gelijk. De Afdeling overwoog dat het nieuwe voornemen feitelijk een voortzetting was van de eerdere procedure en dat de eerdere toevoeging ook het nieuwe voornemen dekte.
Daarom werd het hoger beroep gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het beroep van verzoeker ongegrond verklaard. Een proceskostenveroordeling werd niet toegewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om gesubsidieerde rechtsbijstand te weigeren wordt ongegrond verklaard.