ECLI:NL:RVS:2014:624
Raad van State
- Hoger beroep
- J. Hoekstra
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bestuurlijke boete wegens overtreding huisvestingsvergunningplicht
Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam legde aan appellante een bestuurlijke boete van €4.000 op wegens overtreding van artikel 7, tweede lid, van de Huisvestingswet, omdat zij een woning in gebruik gaf aan een huishouden zonder huisvestingsvergunning. De rechtbank matigde deze boete tot €2.000, omdat de verhuur niet als bedrijfsmatig werd aangemerkt.
Appellante stelde dat de boete onevenredig was en dat de weigering van de huisvestingsvergunning onterecht was, maar de Afdeling oordeelde dat de weigering rechtens onaantastbaar was en dat de boete conform de Huisvestingsverordening en het evenredigheidsbeginsel was vastgesteld. De Afdeling verwierp het beroep en bevestigde de uitspraak van de rechtbank.
De Afdeling benadrukte dat het niet beschikken over een huisvestingsvergunning het verbod op bewoning rechtvaardigt en dat het beleid omtrent boetes, ook indien niet bekendgemaakt, betekenis kan hebben. Er was geen aanleiding de boete wegens bijzondere omstandigheden te matigen.
De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 26 februari 2014.
Uitkomst: De bestuurlijke boete van €2.000 wegens het in gebruik geven van een woning zonder huisvestingsvergunning wordt bevestigd.