ECLI:NL:RVS:2014:632
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen herziening kinderopvangtoeslag 2009
De Belastingdienst/Toeslagen had de definitief toegekende kinderopvangtoeslag over 2009 aan appellante bij besluit van 20 september 2012 herzien en vastgesteld op nihil. Appellante maakte bezwaar tegen dit besluit, dat bij besluit van 26 oktober 2012 ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen dit besluit op 12 maart 2013 ongegrond.
Appellante stelde vervolgens hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Tijdens de procedure herzag de Belastingdienst/Toeslagen het eerdere besluit en stelde de kinderopvangtoeslag opnieuw vast op € 7.823,00. Hierdoor was het belang van appellante bij het hoger beroep komen te vervallen.
De Afdeling bestuursrechtspraak verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van een rechtens te beschermen belang. Tevens werd de Belastingdienst/Toeslagen veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellante en het betaalde griffierecht.
De uitspraak werd gedaan door een enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 26 februari 2014.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een rechtens te beschermen belang na herziening van de toeslag.