ECLI:NL:RVS:2014:637
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en herbeoordeling intrekking erkenning APK-keuringsbevoegdheid wegens disproportionele sanctie
De RDW trok op 15 oktober 2012 de erkenning van een keuringsinstantie voor APK-keuringen voor zes weken in wegens het niet volledig meewerken aan een steekproef. De voorzieningenrechter oordeelde dat de keurmeester slechts kort afwezig was en dat de RDW niet bevoegd was de erkenning in te trekken. De RDW ging in hoger beroep.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de keurmeester volgens de regeling gedurende de gehele steekproef aanwezig moet zijn en dat de RDW daarom bevoegd was de erkenning in te trekken. De voorzieningenrechter had dit niet onderkend.
Echter, de Raad van State vond dat de RDW bij het opleggen van de sanctie onvoldoende rekening had gehouden met de omstandigheden, zoals de korte afwezigheid van de keurmeester, zijn nabijheid en goede staat van dienst van de instelling. De opgelegde zes weken intrekking was disproportioneel.
Daarom vernietigde de Raad van State het deel van de uitspraak waarin het besluit van 15 oktober 2012 werd herroepen en bevestigde het overige. De RDW moet een nieuw besluit nemen met inachtneming van de overwegingen.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De intrekking van de erkenning was bevoegd, maar de opgelegde sanctie was disproportioneel en moet worden heroverwogen.