ECLI:NL:RVS:2014:680
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Vaststelling dat vreemdeling geen verblijfsvergunning asiel toekomt wegens onvoldoende bewijs vervolging
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie wees op 7 juli 2013 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De voorzieningenrechter verklaarde dit besluit op 1 augustus 2013 gegrond, vernietigde het besluit en beval een nieuw besluit.
De staatssecretaris stelde in hoger beroep dat de voorzieningenrechter ten onrechte oordeelde dat het ongeloofwaardig was dat de vreemdeling door gewapende milities werd gezocht. De Raad van State overwoog dat de staatssecretaris zich in redelijkheid op het standpunt kon stellen dat het asielrelaas onvoldoende positieve overtuigingskracht had, mede omdat de vreemdeling geen concretere informatie over zijn vervolgers had verstrekt en er geen aanwijzingen waren dat milities hem bij zijn familie zochten.
Verder concludeerde de Raad dat hoewel de situatie van Gaddafi-aanhangers zorgwekkend is, de overgelegde rapporten onvoldoende bewijs boden voor systematische vervolging of onmenselijke behandeling van deze groep. Daarom faalde het beroep van de vreemdeling dat hij een reëel risico liep op een schending van artikel 3 EVRM Pro.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep van de staatssecretaris gegrond, vernietigde de uitspraak van de voorzieningenrechter en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning gehandhaafd.