ECLI:NL:RVS:2014:684
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing zittingstoeslag en proceskostenveroordeling in bestuursrechtelijke vergoeding
De zaak betreft het hoger beroep van appellant tegen een uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland over de vergoeding van werkzaamheden in een strafprocedure. De raad voor rechtsbijstand had de vergoeding vastgesteld zonder zittingstoeslag toe te kennen omdat de zitting van 14 juni 2012 een pro forma-zitting was, waarbij alleen tot aanhouding werd besloten zonder inhoudelijke behandeling.
De rechtbank vernietigde het besluit gedeeltelijk en kende een reiskostenvergoeding toe, maar wees het beroep op zittingstoeslag af. Appellant stelde dat de zitting wel inhoudelijk was behandeld omdat zijn verzoek om aanhouding werd besproken. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat dit niet het geval was; inhoudelijke behandeling vereist dat de vordering aan de orde wordt gesteld.
Verder betoogde appellant dat hij als derde partij moest worden beschouwd voor proceskostenveroordeling, omdat hij in loondienst is van een bedrijf en een advocaat namens hem optreedt. De Afdeling concludeerde dat appellant zijn eigen belangen behartigt en daarom geen proceskostenveroordeling kan worden opgelegd.
Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd, zonder proceskostenveroordeling toe te kennen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd zonder toekenning van zittingstoeslag of proceskostenveroordeling.