ECLI:NL:RVS:2014:690
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- A.B.M. Hent
- C.M. Wissels
- Rechtspraak.nl
Vaststelling rechtmatigheid afwijzing verblijfsvergunning ondanks gezinsleven
De staatssecretaris stelde een aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd buiten behandeling wegens het ontbreken van een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv). Na bezwaar wees de staatssecretaris de aanvraag af. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, waarbij zij oordeelde dat het mvv-vereiste niet in acht genomen had mogen worden vanwege het belang van het gezinsleven.
De staatssecretaris ging in hoger beroep en voerde aan dat het gezinsleven niet zodanig werd belemmerd dat vrijstelling van het mvv-vereiste gerechtvaardigd was. Hij stelde dat van de ex-partner niet verwacht kon worden zich in Venezuela te vestigen, maar dat hij het land kon bezoeken en dat de zoon met de Nederlandse nationaliteit toegang tot Nederland heeft. De rechtbank zou volgens hem te veel gewicht hebben toegekend aan het belang van nabijheid van ouders.
De Raad van State overwoog dat de staatssecretaris zich niet op het standpunt stelde dat de ex-partner zich in Venezuela moest vestigen, maar dat het mvv-vereiste terecht werd toegepast in het kader van een fair balance tussen het gezinsleven en het Nederlandse toelatingsbeleid. Het hoger beroep werd gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard.