ECLI:NL:RVS:2014:785
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- E. Steendijk
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit uitstel vertrek vreemdeling wegens ondeugdelijke motivering
De vreemdeling had een aanvraag ingediend om krachtens artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 te bepalen dat haar uitzetting achterwege blijft. De minister wees dit aanvankelijk af, waarna de staatssecretaris op bezwaar uitstel van vertrek verleende van 10 januari 2013 tot 10 januari 2014. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen dit besluit ongegrond.
De vreemdeling stelde in hoger beroep dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat de staatssecretaris het uitstel ongemotiveerd vanaf de datum van het besluit kon toepassen, zonder te onderzoeken of eerdere medische omstandigheden aanleiding gaven tot uitstel. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het besluit van 10 januari 2013 ondeugdelijk was gemotiveerd omdat de staatssecretaris niet had toegelicht waarom het uitstel pas vanaf die datum werd verleend.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en het besluit van 10 januari 2013, en verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en het griffierecht aan de vreemdeling. Hiermee werd het besluit wegens strijd met artikel 7:12 van Pro de Algemene wet bestuursrecht vernietigd.
Uitkomst: Het besluit van 10 januari 2013 wordt vernietigd wegens ondeugdelijke motivering en het beroep van de vreemdeling wordt gegrond verklaard.