ECLI:NL:RVS:2014:828
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- A.B.M. Hent
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vaststelling onontvankelijkheid asielberoep en ongegrondverklaring beroep tegen inreisverbod
De minister voor Immigratie, Integratie en Asiel wees een asielaanvraag af en legde een inreisverbod op aan de vreemdeling. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, waarna zowel de vreemdeling als de staatssecretaris hoger beroep instelden bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat de vreemdeling geen belang had bij het beroep tegen de asielaanvraag vanwege het uitgevaardigde inreisverbod, waardoor dat deel van het hoger beroep niet-ontvankelijk werd verklaard. Het beroep tegen het inreisverbod werd inhoudelijk getoetst, waarbij de Raad oordeelde dat de staatssecretaris terecht aannam dat de vreemdeling betrokken was bij ernstige misdrijven als bedoeld in artikel 1(F) van het Vluchtelingenverdrag, en dat het inreisverbod terecht was opgelegd.
De Raad verwierp de klachten van de vreemdeling over de motivering van het besluit en het risico op onmenselijke behandeling bij terugkeer. De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd, het beroep tegen de asielafwijzing niet-ontvankelijk verklaard en het beroep tegen het inreisverbod ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de asielafwijzing wordt niet-ontvankelijk verklaard en het beroep tegen het inreisverbod ongegrond verklaard; de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd.