ECLI:NL:RVS:2014:845
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- E. Steendijk
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vaststelling ongegrondheid beroepen tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel op grond van traumatabeleid
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie heeft op 2 april 2013 besluiten genomen waarbij aanvragen van vreemdelingen om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd werden afgewezen. De vreemdelingen stelden hiertegen beroep in bij de voorzieningenrechter, die op 26 april 2013 deze beroepen gegrond verklaarde en de besluiten vernietigde. De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De kern van het geschil betrof de toepassing van het traumatabeleid zoals neergelegd in paragraaf C2/4.1 van de Vreemdelingencirculaire 2000 en artikel 29, eerste lid, aanhef en onder c, van de Vreemdelingenwet 2000. De voorzieningenrechter had geoordeeld dat de staatssecretaris ondeugdelijk had gemotiveerd dat de vreemdelingen niet voldeden aan de voorwaarden voor verlening van een verblijfsvergunning op grond van traumatische gebeurtenissen.
De Afdeling oordeelde dat de voorzieningenrechter ten onrechte de gebeurtenissen uit 1992 en 2011 los van elkaar had beoordeeld en dat de confrontaties in 2011 niet onder de limitatieve opsomming van traumatische gebeurtenissen vallen die aanleiding geven tot verblijfsaanvaarding. Ook de herbeleving van trauma’s valt niet onder het traumatabeleid. Daarom is het hoger beroep van de staatssecretaris gegrond verklaard, het vonnis van de voorzieningenrechter vernietigd en de beroepen van de vreemdelingen ongegrond verklaard.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De Afdeling heeft daarmee het oordeel van de voorzieningenrechter herroepen en de besluiten van de staatssecretaris bekrachtigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard, het vonnis van de voorzieningenrechter vernietigd en de beroepen van de vreemdelingen ongegrond verklaard.