ECLI:NL:RVS:2014:884
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging omgevingsvergunning voor verandering legkippenhouderij ondanks bezwaar geurhinder
Het college van burgemeester en wethouders van Nederweert verleende op 4 juni 2012 een omgevingsvergunning voor het veranderen van een legkippenhouderij met mestnadroging. Appellant stelde beroep in tegen deze vergunning, stellende dat het college ten onrechte de woning van appellant had ingedeeld in categorie III van de Richtlijn Mestverwerkingsinstallaties en dat de verkeerde richtlijn was toegepast.
De rechtbank Limburg verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Tijdens de zitting op 25 februari 2014 werden partijen gehoord, waaronder appellant en het college.
De Afdeling oordeelde dat het college terecht de categorie-indeling uit de Richtlijn Veehouderij en Stankhinder 1996 mocht hanteren en dat de woning van appellant terecht werd ingedeeld in categorie III, aangezien deze niet deel uitmaakt van aaneengesloten woonbebouwing. Tevens werd geoordeeld dat de Richtlijn Mestverwerkingsinstallaties niet is ingetrokken en dat de rechtbank de toepassing daarvan door het college terecht heeft aanvaard.
Nieuwe gronden die appellant in hoger beroep aanvoerde, werden buiten beschouwing gelaten omdat deze niet eerder bij de rechtbank waren ingebracht. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.